Hoe werkt een usabilitytest?
Een usabilitytest is de basismethode om usability te onderzoeken: het gebruiksgemak dat onder UX valt. De test draait om drie onderdelen: de begeleider, de opdrachten en de deelnemer. De begeleider geeft de opdrachten, kijkt naar het gedrag van de deelnemer en luistert naar feedback. Daarna kan de begeleider vervolgvragen stellen.
De opdrachten zijn taken die de deelnemer ook in het echt zou doen. Let op de formulering: een kleine fout in een opdracht kan de deelnemer op het verkeerde been zetten of sturen. De deelnemer is bij voorkeur een echte gebruiker, of iemand met dezelfde achtergrond als je doelgroep.
Vaak vraag je deelnemers om hardop te denken. Ze vertellen dan wat ze doen en denken terwijl ze een opdracht uitvoeren. Zo hoor je ook waarom iemand twijfelt of iets overslaat.
Een voorbeeld: Webwinkel Linnenkast uit Tilburg ziet in GA4 dat veel bezoekers de productpagina van dekbedovertrekken verlaten. De winkel laat vijf klanten op hun telefoon een overtrek bestellen. Drie van de vijf zoeken lang naar de maattabel, die onder een uitklapmenu zit. Dat kan verklaren waarom zoveel bezoekers weggaan.
Soorten usabilitytests
- Kwalitatief: je verzamelt inzichten over hoe mensen je site gebruiken. Deze vorm komt vaker voor dan kwantitatief testen en is vooral geschikt om problemen te vinden.
- Kwantitatief: je meet cijfers, zoals hoeveel deelnemers een taak afronden en hoe lang ze erover doen. Zo leg je een nulmeting (benchmark) vast.
- Op afstand met begeleider: werkt zoals een test op locatie, maar begeleider en deelnemer zitten op een andere plek.
- Op afstand zonder begeleider: een testtool geeft de opdrachten. De deelnemer doet de test alleen, wanneer het uitkomt. Jij krijgt daarna een opname van de sessie.
Testen op afstand is populair, omdat het vaak minder tijd en geld kost dan een test op locatie. Voor een eenvoudige test op locatie volstaat een vergaderruimte.
Met hoeveel mensen test je?
Voor een kwalitatieve test met één doelgroep adviseert Nielsen Norman Group vijf deelnemers. Volgens het bureau vind je daarmee de meeste veelvoorkomende problemen. Jakob Nielsen beschreef die vuistregel in 2000: na de vijfde deelnemer zie je volgens hem vooral dezelfde problemen terug. Nielsen Norman Group herhaalt het advies in een artikel dat het bureau in juli 2026 opnieuw heeft nagekeken. Toch is het een vuistregel en geen vaststaand feit. Nielsen schreef er zelf bij dat de regel alleen geldt voor gebruikers die de site op een vergelijkbare manier gebruiken.
Nielsen raadde in hetzelfde artikel aan je budget te spreiden. Heb je geld voor vijftien deelnemers, doe dan drie tests met elk vijf mensen. Na elke ronde pas je het ontwerp aan en test je opnieuw.
Er zijn uitzonderingen. Wil je statistisch betrouwbare cijfers, test dan minstens 20 mensen. Test je twee duidelijk verschillende doelgroepen, dan volstaan 3 tot 4 mensen per groep.
Verwar een usabilitytest niet met
- A/B-test: meet bij grote groepen bezoekers welke variant beter scoort. Een usabilitytest laat met een paar mensen zien waar en waarom ze vastlopen.
- Focusgroep: een groepsgesprek over meningen. Volgens Nielsen is dat een slechte manier om de bruikbaarheid van een ontwerp te beoordelen. Daarvoor moet je individuele gebruikers zien werken.
- Session recording: toont echte bezoekers zonder opdracht. Je ziet wat ze doen, maar je kunt geen vragen stellen.
Veelgestelde vragen over Usabilitytest
Wat is het verschil tussen een usabilitytest en een gebruikerstest?
Er is geen verschil. Nielsen Norman Group gebruikt beide namen voor dezelfde methode. In het Engels heet het usability testing of user testing.
Hoeveel testpersonen heb je nodig voor een usabilitytest?
Nielsen Norman Group adviseert vijf deelnemers voor een kwalitatieve test met één doelgroep. Dat is een vuistregel, geen vaste wet. Wil je betrouwbare cijfers, test dan minstens 20 mensen.
Kun je een usabilitytest op afstand doen?
Ja. Met begeleider werkt het zoals een test op locatie, alleen zit je op een andere plek. Zonder begeleider geeft een testtool de opdrachten. Je krijgt achteraf een opname.