Wat maakt een tekst leesbaar?
In het Nederlands dekt leesbaarheid twee dingen: kun je de letters goed zien, en zijn de woorden en zinnen eenvoudig? Nielsen Norman Group deelt dit op in drie lagen, met begrip als derde:
| Laag | De vraag | Waar je op let |
|---|---|---|
| Letters en opmaak | Kan de lezer de letters en woorden zien en herkennen? | Lettergrootte, contrast, lettertype |
| Woorden en zinnen | Hoe ingewikkeld zijn de woorden en de zinsbouw? | Korte, gewone woorden, korte zinnen, actieve vorm |
| Begrip | Snapt de lezer wat je bedoelt en trekt hij de juiste conclusie? | Bekende termen, belangrijkste punt eerst |
Schrijf je voor vakmensen, dan mag je vaktermen gebruiken. Een formule vindt je tekst dan moeilijker, maar je lezers begrijpen je beter.
Taalniveau B1 als Nederlandse maatstaf
Steeds meer organisaties schrijven op taalniveau B1. Volgens Stichting Lezen & Schrijven kunnen de meeste mensen zulke teksten goed begrijpen. Voor laaggeletterden is B1 nog te moeilijk: zij lezen op niveau 1F of A2. In Nederland hebben 3 miljoen mensen van 16 tot en met 75 jaar moeite met lezen, schrijven of rekenen. Dat schreef de stichting in een checklist van oktober 2025. Ook de overheid gebruikt B1: het is bijvoorbeeld het uitgangspunt voor alle teksten in het Omgevingsloket.
- Belangrijkste eerst: zet de kern bovenaan de tekst en bovenaan elke alinea.
- Gewone woorden: gebruik woorden uit een dagelijks gesprek. Vaktaal nodig? Leg de term dan uit.
- Actieve zinnen: ‘De directeur neemt het besluit’ leest makkelijker dan ‘Het besluit wordt genomen’.
Hoe meet je leesbaarheid?
Leesbaarheid meet je meestal met een formule. Microsoft Word heeft er zelf een aan boord: Flesch-Kincaid. Nielsen Norman Group werkt liever met de Fry-score, maar vindt de keuze niet belangrijk. Alle formules kijken vooral naar de lengte van woorden en zinnen. Ze geven dus een schatting, geen bewijs dat je lezer de tekst begrijpt.
Ook de toegankelijkheidsrichtlijnen van WCAG noemen leesniveau. Volgens succescriterium 3.1.5 (niveau AAA) bied je een eenvoudiger versie of extra uitleg aan als een tekst meer vraagt dan negen jaar onderwijs.
Voorbeeld: een zin herschrijven
Zorgverzekeraar Gezondwijs krijgt veel vragen over één zin op de site. Er staat: ‘Voor wijziging van de machtiging is het noodzakelijk dat contact wordt opgenomen met Klantenservice’. Het team maakt er twee korte zinnen van: ‘Wil je je automatische betaling aanpassen? Bel de klantenservice’. De boodschap blijft gelijk. Alleen de nominalisatie, de lijdende vorm en de dure woorden zijn weg.
Zulke kleine teksten in een interface heten microcopy. Daar telt leesbaarheid extra, omdat de lezer midden in een taak zit.
Veelgestelde vragen over Leesbaarheid
Wat is taalniveau B1?
Eenvoudig Nederlands dat de meeste mensen goed begrijpen. Veel organisaties schrijven op dit niveau. Voor laaggeletterden is B1 nog te moeilijk.
Wat is een leesbaarheidsformule?
Een rekenmethode die een tekst een score geeft. De formule kijkt vooral naar de lengte van woorden en zinnen. Bekende formules zijn Flesch-Kincaid en Fry.
Hoe maak je een tekst beter leesbaar?
Gebruik korte, gewone woorden en korte zinnen. Schrijf actief. Zet de belangrijkste boodschap bovenaan en gebruik tussenkoppen.