Wat zegt het onderzoek over FOMO?
De term FOMO bestond al toen Andrew Przybylski en drie collega’s er in 2013 een artikel over publiceerden in het vakblad Computers in Human Behavior. Zij ontwikkelden als eersten een meetinstrument: de Fear of Missing Out scale, met tien uitspraken. De eerste luidt: ‘Ik ben bang dat anderen meer lonende ervaringen hebben dan ik.’
Uit hun onderzoek kwam onder meer naar voren:
- Jonge mensen, en vooral jonge mannen, scoorden het hoogst op FOMO. Bij oudere mensen vonden de onderzoekers geen verschil tussen mannen en vrouwen.
- Mensen die minder tevreden waren over hun autonomie, competentie en contact met anderen, hadden vaker last van FOMO.
- FOMO hing samen met een slechter humeur en minder tevredenheid met het leven.
- Studenten met veel FOMO gebruikten vaker Facebook tijdens colleges. Jongvolwassenen met veel FOMO letten vaker op hun telefoon tijdens het autorijden.
Volgens de onderzoekers verklaarde FOMO voor een belangrijk deel waarom mensen sociale media opzoeken.
FOMO in marketing
Marketeers gebruiken FOMO om mensen sneller te laten beslissen, bijvoorbeeld met acties voor korte tijd, een beperkte oplage of een melding dat een product bijna op is. Dat raakt aan het principe schaarste uit de beïnvloedingsprincipes van Cialdini: mensen willen meer van wat minder beschikbaar is.
De Autoriteit Consument en Markt (ACM) stelt daar grenzen aan. Meldingen over beperkte tijd of voorraad mogen alleen als ze waar zijn. Een aftellende timer mag niet als de aanbieding daarna gewoon doorloopt. En je mag consumenten niet onder druk zetten om onmiddellijk te beslissen. Bij games die veel kinderen spelen, is de ACM extra streng. Kinderen hebben volgens de toezichthouder vaak meer last van FOMO dan volwassenen.
Voorbeeld: FOMO bij een sneakerwinkel
Sneakerwinkel Zoolwerk in Rotterdam brengt een sneaker uit in een oplage van 200 paar. Op Instagram laat de winkel zien hoe de schoen ontstaat, en de verkoop start op een vast moment. Op de productpagina staat het echte aantal paren dat nog over is.
Na de verkoop gaat de pagina dicht. Er komt geen ‘nog één dag’-verlenging met dezelfde timer. Zo speelt de winkel in op FOMO zonder de klant te misleiden.
Verwar FOMO niet met
- Verliesaversie: de neiging om een verlies zwaarder te laten wegen dan een even grote winst. FOMO gaat over de angst iets te missen wat anderen wel meemaken.
- Sociale bewijskracht: doen wat anderen doen, vooral bij twijfel. FOMO kan daardoor sterker worden, maar is zelf een gevoel.
Veelgestelde vragen over FOMO
Wat betekent FOMO?
FOMO staat voor fear of missing out: de angst om iets te missen. Je bent bang dat anderen leuke of waardevolle dingen meemaken zonder jou. Daardoor wil je steeds weten wat anderen doen.
Mag je FOMO gebruiken in je marketing?
Ja, zolang je niet misleidt. De ACM eist dat meldingen over beperkte tijd of voorraad waar zijn. Gebruik geen aftellende timer als de actie daarna gewoon doorloopt.
Wie heeft last van FOMO?
In het onderzoek van Przybylski en collega’s uit 2013 scoorden jonge mensen het hoogst, vooral jonge mannen. Ook mensen die minder tevreden waren over hun leven, hadden vaker last van FOMO.